UW ONDERNEMING SCHENKEN AAN DRIE PROCENT

Aandelen aan toonder schenken is in dit land een vrij goed ingeburgerde techniek. Deze handelswijze werd en wordt vaak toegepast om geen schenkingsrechten te moeten betalen en de successierechten te kunnen vermijden. Vlaanderen timmerde eind 1996 al aan de weg om het successieprobleem op te lossen. De federale regering lost nu het probleem rond de schenkingsrechten op, door een verlaagd tarief in het leven te roepen voor ondernemingen die bij leven worden geschonken.De schenkingsrechten in dit land zijn bijzonder hoog. Ze kunnen tot maar liefst 80 procent oplopen indien de schenking plaatsvindt tussen personen die geen enkele burgerrechtelijke band hebben. Een ondernemer die zijn aandelen wil schenken aan een kind, aan een broer of aan een persoon met wie de betrokkene geen enkele burgerrechtelijke band heeft, staat voor een verscheurende keuze. Betreft het een eenmanszaak of een vennootschap met aandelen die op naam zijn, dan kan hij die niet schenken bij handgift. In dat geval dient hij in beginsel de betrokken goederen via een authentieke schenkingsakte te schenken. Maar dat betekent dat de reeds geciteerde hoge schenkingsrechten nog verschuldigd zijn. Dat impliceert dat deze juridische weg steeds gevolgd moet worden bij het schenken van aandelen van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.

Vlaanderen heeft daar echter iets op bedacht. Sinds 1 januari 1997 kunnen familiale ondernemingen bij overlijden overgaan naar om het even wie bij een tarief van 3 procent (art. 60bis W.Succ.). Deze regeling werd trouwens recent op een aantal punten aangepast. De federale regering vond dat Vlaanderen met deze regeling zijn bevoegdheid te buiten ging. Maar het Hof van Beroep stelde dat Vlaanderen zo'n regeling wel degelijk mag invoeren (9 december 1998, arrest nog niet gepubliceerd). Het grote nadeel van deze regeling is dat men zo de onderneming pas kan schenken bij overlijden. De erflater kan dat niet doen bij leven. Of omgekeerd: de begunstigde zal geen eigenaar kunnen worden voor de ondernemer zelf is overleden. Bovendien is dit tarief onderworpen aan een weliswaar bijgestuurde, maar nog altijd harde tewerkstellingsvoorwaarde. In principe moet de tewerkstelling na het overlijden gedurende vijf jaar behouden blijven.

NV en CVA

Vandaar dat tal van naamloze vennootschappen en commanditaire vennootschappen op aandelen tot stand zijn gekomen die beschikken over aandelen aan toonder zodat een handgift wel degelijk kan. En deze handgift moet niet authentiek verleden worden voor een (Belgische) notaris zodat de reeds geciteerde hoge schenkingsrechten niet van toepassing kunnen zijn. Voorwaarde is dan wel dat de schenker dag op dag nog drie jaar leeft (art. 108, tweede lid W.Succ.). Indien de (onderhandse) akte van schenking niet langer dan drie jaar voor het overlijden bestond, moet de waarde van het geschonken goed toch nog opgenomen worden in de successieaangifte en zal daar een successierecht op verschuldigd zijn. Deze harde realiteit moet enigszins genuanceerd worden sinds het bestaan van de regeling voor familiale ondernemingen in Vlaanderen. Voor zover de geschonken onderneming voldoet aan de voorwaarden terzake, kan bij een overlijden van de schenker binnen de drie jaar na de schenking, toch nog geopteerd worden voor het verlaagd tarief van 3 procent. Voor zover dit werd gevraagd in de aangifte van de successie zelf.

Hoe dan ook, een en ander betekent dat ondernemingen die niet (kunnen) voldoen aan de tewerkstellingsvoorwaarde, vaak nog steeds veel meer successierecht moeten betalen dan een onderneming die wel kan voldoen aan de tewerkstelling.

Federale regering

De federale regering heeft dan ook het plan opgevat een verlaagd tarief in het leven te roepen voor ondernemingen die bij leven worden geschonken (art. 68 tot 71 van de Wet van 22.12.1998 houdende Fiscale en Andere bepalingen, B.S. 15.01.1999). De federale regering regelt dus datgene waarvoor Vlaanderen niet is bevoegd.

Indien een authentieke akte een overeenkomst vaststelt van een overdracht ten kostenloze titel van de volle eigendom van een eenmanszaak of van de aandelen van een vennootschap, tussen twee natuurlijke personen, dan zal maar een tarief van 3 procent verschuldigd zijn. Onder een eenmanszaak wordt een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak verstaan waarmee een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post wordt uitgeoefend. Met aandelen van een vennootschap worden aandelen of deelbewijzen bedoeld van een vennootschap waarvan de zetel van de werkelijke leiding is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie en die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep, of een ambt of post tot doel heeft.

Meteen mag duidelijk zijn dat een vennootschap die enkel onroerende goederen beheert of tend aandelen in andere vennootschappen bezit, vermoedelijk niet voor deze regeling in aanmerking komt. De vennootschap zelf moet immers een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep, of een ambt of post uitoefenen. Zeer opvallend is ook dat in deze wet geen enkele voorwaarde wordt gesteld met betrekking tot het bestaan of het behoud van enige tewerkstelling.

Wat de eenmanszaken betreft, blijft het gewone (hoge) schenkingsrecht evenwel van toepassing op de overdrachten die zouden gebeuren in dit kader van onroerende goederen die gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend. Deze regeling lijkt niet van toepassing bij vennootschappen. Stel dat daar een woning in zit die gedeeltelijk voor bewoning wordt gebruikt, dan lijkt het duidelijk dat die woning niet aan het volle schenkingsrecht kan worden belast. Immers, niet een onroerend goed wordt overgedragen, maar een in essentie roerend goed: aandelen. Tenzij uiteraard op dat ogenblik de betrokken aandelen helemaal zouden uitgesloten worden van deze regeling.

Zodra bij een eenmanszaak een deel van een woning voor bewoning wordt gebruikt en ze voor het overige volledig wordt gebruikt voor de eenmanszaak, betekent dit niet meteen dat op de gehele woning het volle schenkingsrecht van toepassing zal zijn. Om deze gedeeltelijke bewoning te beoordelen, voorziet de wet zelf in een regeling. De aanwending van of de bestemming van een onroerend goed moet worden nagegaan per kadastraal perceel of per gedeelte van kadastraal perceel wanneer dat gedeelte ofwel een afzonderlijke huisvesting is, ofwel een afdeling van de productie of van de werkzaamheden die van de rest van het onroerend goed kan worden afgezonderd.

Voorwaarden

Uiteraard zijn verdere voorwaarden gekoppeld aan deze regeling. De begunstigde van de schenking moet zich ertoe verbinden gedurende vijf jaar de activiteit voort te zetten, te rekenen vanaf de dag van de authentieke akte die de schenking vaststelde. Bij een eenmanszaak wordt tevens als uitdrukkelijke voorwaarde bepaald dat indien onroerende goederen deel uitmaakten van de schenking, deze gedurende de eerstkomende vijf jaar niet geheel of gedeeltelijk voor bewoning zullen worden aangewend. Bij een vennootschap moet de schenking minstens 10 procent bedragen van de stemrechten in de algemene vergadering. Dit moet trouwens bevestigd worden door een bedrijfsrevisor of een accountant. Bij dat laatste valt op te merken dat enkel de term accountant is vermeld. Dus ook een interne accountant mag dat doen. Nog wat vennootschappen betreft, komt daar bij dat in het geval de geschonken aandelen of deelbewijzen minder dan 50 procent bedragen van de stemrechten in de algemene vergadering, de begiftigde tevens een aandeelhoudersovereenkomst moet voorleggen die betrekking heeft op ten minste 50 procent van de stemrechten in de algemene vergadering. De koning zal de modaliteiten daarvan vaststellen. Hoe stemrechten moet worden gedefinieerd is niet meteen duidelijk. Moet hier bijvoorbeeld rekening worden gehouden met statutaire beperkingen conform art. 76 Venn.W.?

Inwerkingtreding

Mooi is wel dat indien de voorwaarden die moeten gerespecteerd worden gedurende de geciteerde vijf jaar niet vervuld blijven, dit geen aanleiding zal geven tot het vooralsnog heffen van het volle schenkingsrecht vermeerderd met de wettelijke interest, op voorwaarde dat de niet-vervulling te wijten is aan overmacht. Opvallend is ook dat wanneer de goederen waarop het verlaagde tarief van toepassing was weer ten kostenloze titel overgaan naar de oorspronkelijke schenker, het volle tarief niet zal worden gevraagd. Voor al deze bepalingen is in de wet zelf geen expliciete inwerkingtreding aangegeven. Meteen mag duidelijk zijn dat de wet in werking treedt vanaf de tiende dag na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Vanaf 25 januari 1999 dus.

Deze nieuwe bepalingen uit het successiewetboek zijn moedig. Jarenlang werd het spel met de aandelen aan toonder gedoogd. Een ondernemer kan niet zomaar successierecht of schenkingsrecht betalen op de waarde van de onderneming. Dat is immers geen geld. Dat de wetgever nu openlijk rechtstreeks regelt wat eerst werd gedoogd, geeft blijk van realiteitszin. Men kan met deze regeling in de hand niet langer zeggen dat de wetgever geen rekening houdt met de economische werkelijkheid. Jammer is wel dat de tekst op een aantal punten onduidelijk is. Maar Rome is niet op één dag gebouwd. Laten we vooral redelijk blijven.

Jan VERHOEYE, accountant, docent Hogeschool Gent en gastprofessor Universiteit Gent.
Gepubliceerd op 29 januari 1999.