ETEN EN DRANK TIJDENS MODESHOWS NIET VOOR 100 PROCENT AFTREKBAAR

Wij Belgen zijn Bourgondiërs. Tafelen is iets wat we met zijn allen graag doen. De zakenlunch van een Nederlander is vaak "broodjes met melk". Wij houden van goed eten. Sinds 1989 zijn beroepsmatige receptie- en restaurantkosten maar voor de helft fiscaal aftrekbaar. Vooral minister MAYSTADT heeft indertijd tal van uitzonderingen op deze regel toegestaan. Zo dacht de textielsector dat alle kosten van een modeshow, inclusief eten en drank, voor de volle honderd procent aftrekbaar zijn. De sector steunde zich daarbij op een parlementaire vraag die dateert van 1989. Maar minister REYNDERS zegt in een recent antwoord dat die interpretatie fout is.

Het was al een tijd geleden, maar in het laatste nummer van Schriftelijke Vragen en Antwoorden van de Kamer heeft minister REYNDERS een heleboel vragen beantwoord. Dat werd tijd. Want het is intussen bekend dat de minister niet zo goed overweg kan met schriftelijke vragen. Een hele trits vragen blijven tot op vandaag onbeantwoord. Hoewel als verzachtende omstandigheid moet gezegd dat de minister van Financiën het meest vragen krijgt. Daarbovenop komt het Europees voorzitterschap. Nu dat laatste achter de rug is en de euro ook op papier bestaat, is het te hopen dat de minister zijn leven betert.

Volksvertegenwoordigster Trees PIETERS stelde aan de minister een vraag rond restaurant- en receptiekosten. In het Wetboek Inkomstenbelastingen (W.I.B. 1992) staat sinds de wet van 07.12.1998 het principe ingeschreven dat de beroepsmatig gedane restaurant- en receptiekosten en de kosten voor relatiegeschenken maar voor vijftig procent aftrekbaar zijn (art. 53, 8 W.I.B. 1992). Op die regel bestaan twee wettelijke uitzonderingen. De restaurantkosten van vertegenwoordigers van de voedingssector die bij het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid noodzakelijk zijn in het kader van een mogelijke of werkelijke relatie van leverancier tot klant blijven volledig aftrekbaar. Ook reclameartikelen die opvallend en blijvend de benaming van de schenkende onderneming dragen zijn voor de volle honderd procent aftrekbaar. Het probleem is dat op deze wettelijke regeling tal van uitzondering "extra legem" door de minister zijn toegestaan. Ondanks het feit dat ze dus wettelijk gezien niet aftrekbaar zijn, heeft minister MAYSTADT indertijd tal van toleranties toegestaan. Zo heeft hij gezegd dat om de exportnijverheid niet te benadelen, alle uitgaven voor zakenreizen in het buitenland, voor zover zij beroepsdoeleinden hebben, volledig aftrekbaar blijven (zie Senaat, buitengew. zitt. 1988, stuk 440/2, p. 113 - zie eveneens Kamer, gew. zitt. 1988-1989, stuk 597/7, p. 13 en 29). Hieruit volgt dat voor iedere reis naar het buitenland waarvan de belastingplichtige kan aantonen dat die reis een duidelijk belang inhoudt voor zijn zaken of voor de zaken van een derde in België die hij in het buitenland vertegenwoordigt, de daarmee gepaard gaande receptie- of restaurantkost in weerwil van de wettelijke beperking, toch honderd procent aftrekbaar blijft (zie Circulaire nr. Ci.D.19/402.192, 23.02.1999, II/270). Dit is maar één voorbeeld van een uitzondering extra legem.

Eigenlijke kosten

Volksvertegenwoordiger VANGANSBEKE (QRVA, Kamer, 1988-1989, nr. 64, blz. 5139; zie ook: Bull. Bel., nr. 689, blz. 2620 en 2621) liet de minister kort na de invoering van de wettelijke bepaling verklaren dat enerzijds de kosten voor de bedeling van soep, koffie, thee, bier of frisdranken aan het personeel tijdens de werkuren volledig aftrekbaar blijven (let op het woord "tijdens" ). Deze kosten worden dus niet als receptiekosten aangemerkt. Anderzijds stelde MAYSTADT in dezelfde vraag dat de eigenlijke kosten met betrekking tot zogenaamde "showrooms" gelegen in een onderneming en waar de door een onderneming geproduceerde of verkochte goederen worden tentoongesteld, eveneens geen receptiekosten zijn. Ook die kosten bleven volledig aftrekbaar.

Volksvertegenwoordigster Trees PIETERS vroeg nu aan de minister meer uitleg over de kosten met betrekking tot showrooms. Is het zo dat alle eigenlijke receptie-, restaurant-, en onthaalkosten evenals demonstratiekosten met betrekking tot de zogenaamde showrooms gelegen in een onderneming niet vallen onder de geciteerde beperking? Het kamerlid gaf als concreet voorbeeld de modeshows die in de textielsector vaak uitsluitend binnen de muren van het bedrijf, de winkel, het magazijn of zelfs in een aangebouwde tent worden georganiseerd. Ter gelegenheid van die beroepsmatige modeshows en die tentoonstellingen worden aan de potentiële klanten immers dranken, hapjes en maaltijden geserveerd door de directie of het personeel van de firma en/of door gespecialiseerde evenementenbureaus. Zijn die kosten in weerwil van de wet toch volledig aftrekbaar?

De minister houdt zijn antwoord kort. Hij beperkt er zich terecht toe de betekenis van de woorden "eigenlijke kosten met betrekking tot showrooms" te verklaren. Deze "eigenlijke kosten" omvatten geenszins de mogelijke restaurant-, receptie- of onthaalkosten die in deze showrooms worden gemaakt. Bedoeld worden enkel de kosten die op de showrooms zelf betrekking hebben, zoals de afschrijvingen van het gebouw en het meubilair, de inrichtingskosten, de personeelskosten en de kosten van onderhoud en verwarming. De kosten die betrekking hebben op dranken, hapjes of maaltijden welke ter gelegenheid van binnen de onderneming georganiseerde modeshows worden aangeboden, dienen daarentegen als receptie- of restaurantkosten te worden aangemerkt. Ze zijn dus maar aftrekbaar voor 50 procent (QRVA, Kamer, 2001-2002, nr. 102, blz. 11904).

Personeelsfeest

Om toch niet in mineur te moeten eindigen, een uitzondering op restaurant- en receptiekosten die nog altijd overeind is gebleven en in deze tijd van het jaar nuttig is. Nogal wat bedrijven gaan begin januari met alle medewerkers eten. Om het nieuwe jaar in te luiden. Normaliter zijn beroepsmatig gemaakte restaurantkosten maar voor de helft aftrekbaar. De fiscus aanvaardt dat restaurantkosten ten belope van 100 procent worden afgetrokken indien zij betrekking hebben op vriendschappelijke manifestaties die voor het geheel van de personeelsleden worden georganiseerd. Twee soorten manifestaties moeten onderscheiden worden. Enerzijds feesten ter gelegenheid van Sinterklaas, Kerstmis, Nieuwjaar of een patroonsfeest zoals Sint-Elooi of Sinte-Barbara. Per belastbaar tijdperk mag deze uitzondering maar voor één feest gebruikt worden. Worden meerdere van die feesten georganiseerd, dan zal maar voor één enkele de volledige aftrekbaarheid toegestaan worden. Anderzijds wordt de volledige aftrekbaarheid ook toegestaan voor de overhandiging van eretekens aan personeelsleden of de pensionering van personeelsleden. Maar bij deze feesten stelde de minister niet dat de uitzondering maar geldt voor één enkel feest per jaar. Meerdere keren per jaar decoraties uitreiken met volledig aftrekbaar eten, zou dus moeten kunnen. Bij de twee soorten feesten is het van geen belang of de viering plaatsvindt in de lokalen van de onderneming zelf (eventueel verzorgd door een traiteur) dan wel in een restaurant. Om misbruiken te vermijden heeft de minister bij het toestaan van deze uitzondering expliciet gesteld dat de feesten moeten openstaan voor het geheel van het personeel. Als enkel een bepaalde categorie personeelsleden of uitsluitend bestuurders of vennoten aan de dis mogen plaatsnemen, zal de fiscus de volledige aftrekbaarheid weigeren. (QRVA, Kamer, 1996-97, nr. 1349, zie Fiscale Bronnen, 9542138).

Jan VERHOEYE, accountant, docent Hogeschool Gent en gastprofessor Universiteit Gent.
Gepubliceerd op 4 januari 2002.