HET NIEUWE STELSEL VAN DE DBIs EN HET BOEKHOUDRECHT

De regering plant binnen de op stapel staande hervorming van de vennootschapsbelasting de voorwaarden om het DBI toe te passen te verstrengen. Eén van de nieuwe voorwaarden houdt in dat de inkomsten die de moeder ontvangt moeten betrekking hebben op aandelen die boekhoudrechtelijk de aard van financiële vaste activa hebben. Het DBI zal dus vanaf aanslagjaar 2004 enkel toegestaan worden als de aandelen waar het dividend op uitgekeerd wordt, geboekt staan onder de financiële vaste activa. Maar het boekhoudrecht bevat een specifieke bepaling in het geval de aandelen zullen worden vervreemd. Die bepaling krijgt nu dus ook gevolgen op fiscaalrechtelijk vlak.

Het boekhoudrecht ziet drie soorten aandelen binnen de financiële vaste activa: aandelen in verbonden vennootschappen, aandelen in vennootschappen waarmee een deelnemings-verhouding bestaat en andere aandelen. Het wezenlijke kenmerk van aandelen die moeten geboekt worden binnen de financiële vaste activa is dat het niet louter aandelen zijn die aangehouden worden om meerwaarden en dividenden op te innen. Het wezenlijke kenmerk van een financieel vast actief is de duurzaamheid.

Drie categorieën

Een vennootschap is verbonden als de vennootschap die de aandelen aanhoudt controle heeft over die vennootschap. Onder controle over een vennootschap wordt verstaan, de bevoegdheid in rechte of in feite om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van bestuurders of zaakvoerders of op de oriëntatie van het beleid (art. 5 W.Venn.). In een aantal gevallen wordt die controle onweerlegbaar vermoed. Het vennootschapsrecht voorziet vijf zon gevallen "controle in rechte". Zo moet een vennootschap aandelen die ze bezit in een vennootschap boeken onder financiële vaste activa als ze een meerderheid bezit van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van de betrokken vennootschap. Om de controlebevoegdheid vast te stellen wordt de onrechtstreekse bevoegdheid via een dochtervennootschap bij de rechtstreekse bevoegdheid geteld (art. 7, 1, 1 W.Venn.). Heeft de moeder maar 30 procent aandelen en beschikt haar dochter over 25 procent, dan hebben ze samen 55 en is de betrokken vennootschap voor de moeder een verbonden vennootschap. Behoort de situatie van een vennootschap niet tot de vijf gevallen voorzien in de wet, dan kan de raad van bestuur toch besluiten tot de boeking als verbonden vennootschap als het gaat om een controle in feite. Een vennoot wordt in dit kader, behoudens bewijs van het tegendeel, vermoed over een controle in feite te beschikken op een vennootschap, wanneer hij op de voorlaatste en laatste algemene vergadering van deze vennootschap stemrechten heeft uitgeoefend die de meerderheid vertegenwoordigen van de stemrechten verbonden aan de op deze algemene vergaderingen vertegenwoordigde aandelen. Maar bij een controle in feite zal de vennootschap steeds moeten aantonen dat zij ofwel het beleid mee kan oriënteren ofwel dat zij de samenstelling van het bestuursorgaan in meerderheid kan sturen. De vennootschap die de controle uitoefent wordt moedervennootschap genoemd. De vennootschap ten opzichte waarvan een controlebevoegdheid bestaat is een dochtervennootschap (art. 6 W.Venn.). In de praktijk zal een vennootschap verbonden zijn als de moeder meer dan de helft van de aandelen in die vennootschap heeft.

Onder vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, worden andere vennootschappen dan verbonden vennootschappen bedoeld waarin de vennootschap rechtstreeks dan wel haar dochters een deelneming aanhouden (art. 14, 1 W.Venn.). Het vennootschapsrecht voorziet nog andere categorieën, maar enkel deze is van belang voor het nieuwe DBI verhaal. Om als deelneming te kwalificeren moet het gaan om een aandelenbezit in een vennootschap dat ertoe strekt door het scheppen van een duurzame en specifieke band met die andere vennootschap, de vennootschap in staat te stellen een invloed uit te oefenen op de oriëntatie van het beleid van deze vennootschappen. Een deelneming wordt weerlegbaar vermoed als de vennootschap maatschappelijke rechten heeft die minstens één tiende vertegenwoordigen van het kapitaal, van het maatschappelijk fonds of van een categorie aandelen van een vennootschap. Heeft de vennootschap geen tien procent maar bereikt ze die drempel wel door de aandelen die haar dochters hebben in de betrokken vennootschap bij de hare te tellen, dan gaat het toch om een deelneming (art. 13 W.Venn.). Praktisch zal men spreken van een deelnemingsverhouding als de vennootschap 10 tot 50 procent van de aandelen bezit.

De derde en meteen laatste categorie zijn de andere aandelen binnen de financiële vaste activa. Deze post omvat de maatschappelijke rechten in andere vennootschappen die geen deelneming vormen en die ertoe strekken door het scheppen van een duurzame en specifieke band met die vennootschappen de eigen bedrijfsuitoefening van de vennootschap te bevorderen (art. 95, 1, IV.C.1 K.B. W.Venn.). Voldoet een participatie niet aan de twee eerste kwalificaties, dan kan de vennootschap toch pogen haar DBI te krijgen door ze te boeken onder de andere financiële vaste activa. Maar dan zal ze moeten aantonen dat een duurzame en specifieke band met die vennootschap bestaat.

Meteen vervreemden

Het boekhoudrecht stelt dat in twee gevallen aandelen in verbonden vennootschappen of in vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, niet als financiële vaste activa kunnen geboekt worden. De aandelen in verbonden vennootschappen of in vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, mogen niet onder geldbeleggingen geboekt worden, tenzij het om effecten gaat die zijn verkregen of waarop is ingeschreven met het oog op de wederafstand daarvan, of tenzij ze, krachtens een beslissing van de vennootschap, bestemd zijn om binnen twaalf maanden te worden gerealiseerd (art. 95, 1, VIII.B K.B. W.Venn.). Deze bepaling lijkt nu flinke gevolgen te krijgen door de nieuwe voorwaarden voor een DBI aftrek. Bij aandelen die zijn verkregen met de bedoeling ze terug te vervreemden is het boekhoudrecht duidelijk. Als van meet af aan duidelijk is, ook al gaat het bijvoorbeeld om een meerderheidsdeelneming, dat men de aandelen niet duurzaam gaat houden, is een boeking als financieel vast actief nonsens. Maar wat wordt bedoeld met "bestemd zijn om binnen twaalf maanden te worden gerealiseerd"? Soms wordt deze bepaling zo geïnterpreteerd dat als een vennootschap beslist een aandelenpakket dat ze jaren heeft aangehouden, te verkopen binnen de twaalf maand, die aandelen niet langer als financieel vast actief mogen geboekt worden. Ze worden dan immers niet duurzaam meer aangehouden. Deze interpretatie leidt tot erg nare definities voor de DBI aftrek. Als de raad van bestuur van een vennootschap beslist de aandelen te verkopen binnen de twaalf maand, zou dus een DBI vanaf dat moment van beslissing niet meer kunnen. Maar minstens tekstueel lijkt deze interpretatie niet de juiste. De tekst moet veeleer zo uitgelegd worden dat indien het gaat om aandelen die zijn verkregen of waarop is ingeschreven met de bedoeling ze binnen twaalf maanden te realiseren, een boeking als financieel vast actief niet kan. In dat geval zal de moederonderneming het DBI niet krijgen. Maar in het geval het bestuursorgaan de beslissing neemt een aandelenpakket te verkopen dat jaren duurzaam is aangehouden, blijft het DBI behouden.

Jan VERHOEYE, accountant, docent Hogeschool Gent en gastprofessor Universiteit Gent.
Gepubliceerd op 12 juli 2002.