ZIJN KOSTEN VAN VERVREEMDING AANDELEN AFTREKBAAR?

Binnen de vennootschapsbelasting zijn meerwaarden op aandelen in principe vrijgesteld van belasting. Maar als bij de vervreemding ervan kosten worden gemaakt, zijn die dan wel of niet aftrekbaar. Onze hoven van beroep verschillen op dat gebied grondig van mening. Vermoedelijk daarom heeft de fiscus de wet laten wijzigen.

Meerwaarden op aandelen zijn in dit land binnen de vennootschapsbelasting nog steeds vrijgesteld. Deze mooie maatregel bestaat al sinds begin van de jaren negentig. Meerwaarden op aandelen die in aanmerking komen voor de aftrek als definitief belast inkomen (de DBI aftrek), zijn volledig vrijgesteld. Maar in de praktijk is een hele polemiek ontstaan hoe de meerwaarde moet berekend worden. Neem als voorbeeld een holding die aandelen van een dochtervennootschap kocht als financieel vast actief voor 1.000. Na verloop van een aantal jaar zijn die aandelen 5.000 waard. De holding verkoopt de aandelen voor die prijs. Om de verkoop te realiseren moet de holding een advocatenkantoor onder de arm nemen en een revisor inschakelen. Die diensten kosten de holding 300. Wat is dan de vrijstelbare meerwaarde? Blijft dat ondanks de kosten 4.000 of moet die meerwaarde verminderd worden tot 3.700? In het eerste geval leidt dat tot een merkwaardige aangifte in de vennootschapsbelasting. Neem aan dat de 4.000 meerwaarde en de 300 kosten de enige bedragen zijn die in de resultatenrekening van de vennootschap voorkomen. De winst van 3.700 wordt niet uitgekeerd en dus ingeschreven op de beschikbare reserves. In dat geval zal in de reservebeweging van de aangifte in aanvang 3.700 bedragen. De winst van het boekjaar. Maar in diezelfde reservebeweging mag de meerwaarde op aandelen afgetrokken worden. Als die vrijstelbare meerwaarde 4.000 is, mag 4.000 in mindering gebracht worden van het resultaat. Wat betekent dat de vennootschap een negatieve reservebeweging heeft van 300. Dit leidt tot een overdraagbaar fiscaal verlies van 300.

Minister van FinanciŽn Didier REYNDERS heeft altijd de netto benadering verdedigd. Voor de berekeningswijze van meerwaarden verwezenlijkt op aandelen, is de verkoopwaarde gelijk aan de nettoprijs na aftrek van de aan de verkoop inherente bijzondere kosten zoals makelaarslonen, commissielonen en belastingen. Het is dus de nettoprijs, na aftrek van de aan de verkoop inherente bijzondere kosten, die in aanmerking wordt genomen. Toegepast op ons voorbeeld is de verkoopwaarde 4.000 verminderd met 300. Dus is de vrijstelbare meerwaarde 3.700. Niet iedereen is het daar uiteraard mee eens. De tekst van art. 192, ß 1, eerste lid W.I.B. 1992 dat de meerwaarden op aandelen vrijstelt begint immers met de woorden "Volledig vrijgesteld zijn Ö de meerwaarden Ö". Een erg duidelijke tekst. Vandaar dat heel wat vennootschappen de letterlijke toepassing van dit artikel vragen. Het Hof van Beroep te Bergen oordeelde in die zin (Bergen, 6 april 2005, Fisc. Act. 2005, 14/3). Om terug te grijpen naar het voorbeeld: het Hof te Bergen vond dat de meerwaarde voor 4.000 vrijgesteld moet worden en de vennootschap recht heeft op een overdraagbaar verlies.

Nu heeft ook het Hof van Beroep te Antwerpen zijn mening gegeven (Antwerpen, 17 mei 2005, T.F.R., 2006/10). Dat Hof vindt dat uit het geheel van de bepalingen van het wetboek blijkt dat de inkomstenbelastingen in beginsel alleen de werkelijke winst treffen. Dus komen enkel de werkelijke waarden in aanmerking om, zowel in positieve als in negatieve zin, bij te dragen tot de winstvorming. Vandaar dat voor het bepalen van de meerwaarde rekening moet gehouden worden met het realiteitsbeginsel. Er kan niet meer worden vrijgesteld dan dat er daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Het Hof vindt dus dat maar 3.700 vrijgesteld kan worden en dat de vennootschap bijgevolg geen recht heeft op een overdraagbaar fiscaal verlies van 300.

Waarmee duidelijk is dat het Hof van Cassatie aan zet is. Dit Hof zal de knoop ultiem moeten doorhakken.

Notionele interestaftrek

Hier moet wel nog een argument aan toegevoegd worden. Vanaf aanslagjaar 2007 heeft de fiscus in het kader van de wet op de notionele interestaftrek de wettekst laten aanpassen. Vanaf dan is de verwezenlijkte meerwaarde gelijk aan het positieve verschil tussen eensdeels de ontvangen vergoeding of de verkoopwaarde bij de vervreemding van het goed verminderd met de kosten van vervreemding en anderdeels de aanschaffings- of beleggingswaarde ervan verminderd met de voorheen aangenomen waardeverminderingen en afschrijvingen. De toevoeging van "verminderd met de kosten van vervreemding" betekent dat vanaf volgend aanslagjaar enkel de 3.700 met zekerheid zal vrijgesteld worden. Kosten van vervreemding zijn alle kosten die betrekking hebben op de vervreemdingsverrichting in haar geheel (publiciteitskosten, notariskosten, makelaarskosten, bankkosten, taksen op verrichtingen en verzekering- en dekkingskosten).

Maar dat de netto benadering nu wordt ingevoerd via een wet, kan toch niet anders uitgelegd worden dan dat het vroeger niet zo was. Waarom moet de wet anders aangepast worden? Maar zoals gezegd, het Hof van Cassatie zal de knoop doorhakken.

Jan VERHOEYE, accountant, docent Hogeschool Gent en gastprofessor Universiteit Gent.
Gepubliceerd op 23 maart 2006.