BOETE VOOR NIET-BETALEN EUROVIGNET BLIJFT FISCAAL AFTREKBAAR

Het eurovignet is een recht dat transporteurs moeten betalen voor het gebruik van het wegennet. Elke eigenaar van een transportvoertuig moet die belasting spontaan betalen. Gebeurt dat niet, dan volgt een administratieve boete. Een transportbedrijf kreeg eind van de jaren 90 een boete opgelegd van 7.300 euro omdat het de eurovignetten niet had betaald. De fiscus vond dat die boete fiscaal niet aftrekbaar was. Het wetboek inkomstenbelastingen stelt dat geldboeten met inbegrip van transactionele geldboeten, verbeurdverklaringen en straffen van alle aard geen fiscale beroepskosten zijn (art. 53, 6 W.I.B. 1992). De belastingplichtige bracht zijn zaak voor het hof van beroep in Gent (27 maart 2007).

Die problematiek overstijgt de context van het eurovignet. De fiscus verdedigt de stelling dat als een administratieve boete volgens artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) een strafrechtelijk karakter heeft, die niet fiscaal aftrekbaar is. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vindt dat een zware administratieve boete, hoewel ze niet door het strafrecht is opgelegd, toch als straf moet worden beschouwd als het bedrag zwaar is en de boete in het leven is geroepen om herhaling van een handeling te voorkomen en aldus een norm af te dwingen. Volgens vaste rechtspraak van dat Hof moet een onafhankelijk rechter zich steeds kunnen uitspreken over een opgelegde straf. Dus net door een boete te kwalificeren als straf, krijgt elke betrokkene het recht aan een rechter te vragen of de boete en de hoogte ervan passend is. De fiscus gebruikt die argumentatie om een administratieve boete ook in fiscalibus als straf te beschouwen en zo de aftrekbaarheid te weigeren.

controle

Het Gentse hof van beroep volgt de stelling van de fiscus niet. Het hof stelt in eerste instantie vast dat de boete voor het niet-betalen van het eurovignet duidelijk een administratieve boete is. Het hof verduidelijkt dat de gelijkstelling op basis van artikel 6 van het EVRM bedoeld is om een onafhankelijke rechter toe te laten met volle rechtsmacht deze administratieve boeten te beoordelen. Het hof in Gent stelt dat als een administratieve boete voldoet aan dat artikel 6, dat evenwel niet tot gevolg heeft dat die boete in de Belgische fiscale wetgeving van strafrechtelijke aard zou zijn. In het Belgische recht, is de administratieve boete niet opgelegd door de strafwet. Dus blijft ze aftrekbaar. Alleen boetes die door het strafrecht zelf opgelegd zijn, kunnen fiscaal niet afgetrokken worden.

Maar de basisstelling van het EVRM-Hof zal in ons land meer en meer toegepast worden in fiscalibus. Als de fiscus een zware administratieve boete oplegt die is ingeschreven in een fiscaal wetboek, mag een rechter de boete beoordelen. Ook al is in het wetboek de boete op een vast bedrag bepaald.

Een voorbeeld. In een vonnis van de rechtbank in Namen had de fiscus de afzonderlijke aanslag van 300 procent opgelegd omdat een vennootschap een voordeel alle aard onder de vorm van reizen had toegekend zonder de vereiste fiscale fiches op te stellen. De rechtbank verminderde de boete van 300 procent naar 50 procent (7 februari 2007).

Het is de logica zelf dat in een rechtstaat onafhankelijke magistraten de uitvoerende macht kunnen controleren bij het opleggen van boetes.

Met andere woorden: de fiscus mag de stelling van het EVRM-Hof enkel toepassen ter bescherming van een belastingplichtige. Niet om hem extra te belasten. Er zijn nog zekerheden in het leven.

Jan VERHOEYE, accountant, docent Hogeschool Gent en gastprofessor Universiteit Gent.
Gepubliceerd op 19 februari 2008.