DE 'BLOTE' PATRIMONIUMVENNOOTSCHAP

Patrimoniumvennootschappen zijn van deze tijd. Als men de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad erop naslaat, vindt men in elke aflevering de publikatie van zeker een aantal nieuwe patrimoniumvennootschappen. Een van de hoofdredenen daarbij is vaak de mogelijkheid tot het ontwijken van successierechten. Maar vaak moet een privÚ-persoon door dergelijke oprichting inkomen derven. Inkomen dat hij vroeger als natuurlijk persoon ontving, wordt nu ge´nd door zijn vennootschap. En geld dat in de kas van de vennootschap zit, kan men zomaar niet uitkeren aan de aandeelhouder of bestuurder.

Rozen

Patrimoniumvennootschappen zijn voor velen de ultieme redding om een opgebouwd privÚ-patrimonium aan de gretige klauwen te onttrekken van de fiskus. Het is ondertussen de "truuk' geworden om een onroerend patrimonium door te geven aan veelal de kinderen, zonder dat zij successierechten moeten betalen. Na de oprichting zullen de ouders hun aandelen die zij hebben in de vennootschap schenken aan hun kinderen. De fiskus aanvaardt in beginsel de handgift van aandelen zonder dat daarbij een autentieke akte verleden wordt. Bijgevolg kunnen die aandelen vrij van schenkingsrechten in de handen van de kinderen komen zonder dat belastingen betaald worden. Dit kan uiteraard niet voor de onroerende goederen zelf. In het geval van schenking van onroerende goederen is immers altijd een akte voor notaris noodzakelijk zodat het betalen van schenkingsrechten een noodzaak is.

Wordt de schenking van de aandelen door de ouders aan hun kinderen goed op poten gezet, dan zitten de kinderen op rozen. Belangrijk is dat aan de datum van de schenking een vaste of semi-vaste datum wordt gegeven. Dit kan eenvoudig gebeuren door de kinderen een bedankingsbrief te laten schrijven naar de ouders en daarbij de techniek van de brief-envelop te gebruiken. Dit houdt in dat die brief wordt geschreven op het papier van de envelop zodat de poststempel te zien is op de ommezijde van de tekstkant. En na deze operatie maar hopen dat pa en ma nog lang van de herfst van hun leven mogen genieten. In elk geval best drie jaar dag op dag na datum van de schenking. Het is immers noodzakelijk dat de schenking drie jaar vˇˇr het overlijden heeft plaatsgevonden. Zoniet zullen vooralsnog successierechten verschuldigd zijn.

Doornen

De kinderen mogen dan al op rozen zitten, de ouders krijgen de doornen. De huurgelden die zij vroeger ontvingen, vallen weg. Zij worden voortaan ge´nd door de patrimoniumvennootschap. Deze kan de ouders wel een inkomen uitkeren, maar in dat geval komt de personenbelasting uiteraard opnieuw op de proppen.

Die doornen doen des te meer pijn wanneer het gaat om onroerende goederen verhuurd aan natuurlijke personen, die het in huur genomen onroerend goed noch geheel, noch gedeeltelijk gebruiken voor het uitoefenen van hun beroepswerkzaamheid. In dat geval (dus zonder patrimoniumvennootschap) wordt de verhuurder in de personenbelasting enkel belast op het kadastraal inkomen (ge´ndexeerd met 5,03 %) van het betrokken onroerend goed, wat ook de reŰle bruto-huur op jaarbasis mag zijn. Stel dat het (ge´ndexeerd) kadastraal inkomen van een mooie villa 100.000 fr. is en u die kan verhuren voor 30.000 fr. per maand. Dan ontvangt u op jaarbasis 360.000 fr. U betaalt echter maar belasting op 100.000 fr. Bij een marginaal tarief van 60 % (incl. aanvullende gemeentebelasting) in de personenbelasting betaalt u aldus 60.000 fr. voor een inkomen van 360.000 fr. zijnde een tarief van 16,7 %. Allesbehalve slecht.

Als de ouders eenzelfde 360.000 fr. inkomen uit de patrimoniumvennootschap willen, kan dat uiteraard. Maar als ze daarbij ook maar pakweg 17 % belasting willen betalen met een marginaal tarief in de personenbelasting van 60 %, zal dat iets moeilijker worden. Het kan evenwel. Bij voorbeeld door in plaats van een onroerend goed vrij van schulden in te brengen en vergoed te worden in aandelen, dat huis te verkopen aan de vennootschap. Op dat ogenblik heeft de vennootschap een schuld aan de ouders. En een schuld kan volledig belastingvrij terugbetaald worden door de vennootschap. Bij dergelijke verkoop moet echter een registratierecht van 12,5 % op de verkoopwaarde van het huis betaald worden. Bij de inbreng zou dat maar 0,5 % geweest zijn. Dus deze meer complexe konstruktie wordt niet vaak toegepast.

Truuk

De "truuk' die wel meer en meer wordt gebruikt, bestaat erin toepassing te maken van de splitsing van volle eigendom in naakte eigendom en vruchtgebruik. Het burgerlijk wetboek definieert vruchtgebruik immers als het recht om van een zaak waarvan een ander de eigendom heeft, het genot te hebben, zoals de eigenaar zelf, maar onder verplichting om de zaak zelf in stand te houden (art. 578 BW). Het vruchtgebruik is een zakelijk recht om het goed van een ander te gebruiken. Voorts is het een tijdelijk recht dat vaak eindigt door de dood van de vruchtgebruiker (art. 617 BW).

Bij de oprichting van een patrimoniumvennootschap wordt dan ook als volgt tewerkgegaan : enkel de naakte eigendom van het onroerend goed wordt ingebracht in de vennootschap. Bijgevolg behoudt de inbrenger het vruchtgebruik van het goed voor de duur van zijn verdere leven. Dit betekent logischerwijze dat de natuurlijke persoon de huur zal blijven ontvangen en het voordelige fiskale stelsel kan blijven toepassen. Daar staat tegenover dat het onroerend goed eigendom is en blijft van de patrimoniumvennootschap zodat ook het verhaal van de ontwijking van successierechten geldig blijft. Met andere woorden : ouders en kinderen zijn tevreden.

Maar...

Een te mooi verhaal om helemaal waar te zijn. Het leek erop dat met de uiteengezette "truuk' de roos zonder doornen was geplukt. Het schoentje wringt echter bij de patrimoniumvennootschap. In de praktijk werd vaak de vraag gesteld of de patrimoniumvennootschap de aanschaffingswaarde van de naakte eigendom mag afschrijven gedurende de periode dat zij niet over het genot van het onroerend goed beschikt. Het kamp was verdeeld tot de vraag werd gericht naar de Kommissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN). De CBN is immers een kommissie opgericht krachtens de wet van 17 juli 1975 die als taak heeft de regering en het parlement op hun verzoek of uit eigen beweging advies te verstrekken en door middel van adviezen en aanbevelingen bij te dragen tot de ontwikkeling van het boekhouden.

In haar advies met betrekking tot de verwerving door een onderneming van de naakte eigendom van een onroerend goed stelt zij echter dat de patrimoniumvennootschap geen systematische afschrijving mag toepassen. Zij steunt zich daarbij op de tekst van art. 12 van het KB van 08.10.1976. Deze bepaling stelt immers dat afschrijvingen ten laste worden genomen van de resultatenrekening indien het gaat om vaste activa waarvan de gebruiksduur beperkt is om aldus het bedrag van de aanschaffingswaarde te spreiden over de waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur van het vast aktief. De wet legt volgens de CBN een rechtstreeks verband tussen de tenlasteneming van de kosten van de vaste activa via afschrijvingen en hun gebruik door de onderneming. Vermits de patrimoniumvennootschap het onroerend goed niet kan gebruiken, kan zij het ook niet systematisch afschrijven. Dit CBN-standpunt sluit aan bij het "matching principle'.

Besluit

Dit CBN-advies zegt dus enkel dat de patrimoniumvennootschap het gebouw niet verder mag afschrijven. Maar de ouders kunnen rustig hun voordelig fiskaal stelsel behouden en de kinderen hoeven zich geen zorgen te maken rond successie. Enkel de patrimoniumvennootschap zal wat meer winst maken, vermits zij de aanschaffingswaarde van de naakte eigendom niet langer kan afschrijven.

De fiskus heeft dit advies ongetwijfeld mee gelezen en zal wel niet nalaten zijn ambtenaren in de noodzakelijke zin bij te sturen.

Jan VERHOEYE, accountant, docent Hogeschool Gent en gastprofessor Universiteit Gent.
Gepubliceerd op 23 augustus 1991.